Theo's Column - GDA-leden: Mag ik een boodschap meegeven? - RKSV GDA

Theo's Column - GDA-leden: Mag ik een boodschap meegeven?

Theo's Column - GDA-leden: Mag ik een boodschap meegeven?

14 januari 2020 15:15


GDA is voetbal, van hoog tot laag. Maar in mijn leven is het ook een baken, waar je met mensen
omgaat, waar de bar een belangrijk trefpunt is. Waar mensen elkaar steunen, helpen. Waar moppen worden getapt. Waar verdriet wordt gedeeld. Waar een oud eerste elftalspeler een biertje uitdeelt en ik hem vraag mijn lekkende keukenkraan te repareren. Of waar George Jansen, ook al zo’n coryfee, een muurverwarming in mijn badkamer installeert. GDA, waar een netwerk is van mensen die elkaar vertrouwen. En naast plezier maken en lachen, ook collectief verdriet kunnen delen.

Verdriet delen. Dat deden we vandaag. Herman van Bree, steunpilaar bij het bouwen van de kantine
en de sporthal, alleskunner, voormalig bestuurslid; wij namen afscheid van hem. De “oude” garde van
GDA was in ruime getale aanwezig. Respect voor deze geweldige doener, die nu samen is met zijn één
jaar geleden overleden kameraad Herman Smid. Ook al zo’n coryfee die GDA omhoog heeft geholpen.
Diens zoon Erik Smid was aanwezig. Tien jaar in Het Eerste van GDA gestaan. De hele oude selectie
was er. Mannen die niet voor geld zijn weggegaan bij GDA, ofschoon er clubs waren die een nieuw
lonkend perspectief boden aan deze – nu – veertigers. Clubtrouw. Het bestaat nog, al kalft het af in
een tijd waarin langdurige verbintenissen niet trendy meer zijn. Herman van Bree werd vanuit GDA
massaal respect betuigd. Het verenigingsleven. In de nazit tekende ik op, dat dit verenigingsaspect en
deze verenigingscultuur afkalft. Deze bindingskracht is anders als gevolg van de veelheid aan
bezigheden die het hedendaagse leven biedt. Het Internet, of met één druk op de knop naar je
favoriete voetbalclub kijken, gamen, noem maar op.
De bindingskracht bij GDA wordt bij collectieve bijeenkomsten vooral bevestigd door de rijpere leden.
De nieuwjaarsbijeenkomst is daarvan het klinkende bewijs. De “oude garde”, voorzien van de
allermooiste GDA-verhalen, is manifest aanwezig. Het hooggeachte bestuur van GDA ziet dat ook en
komt met nieuwe voorstellen aangaande de nieuwjaarsbijeenkomst. Maar ach, ik denk ik schrijf even
een column, want dan kan ik ook Jeroen van Holstein, echtgenoot van de oudste dochter van mijn
zus, trainer, vrijwilliger bij GDA, bereiken, als hefboom naar de jongere garde. De jonge garde moet
aanhaken. Aanhaken bij het totale GDA-plaatje. Bij de nieuwjaarsbijeenkomst komen. Tuurlijk mogen
ze denken: “Wat moet ik met die ouwe kerels?”
Maar die “ouwe kerels” hebben wel gebouwd op GDA. Eigen kracht. Gepraat met de gemeente. Nooit
opgegeven. Na één kunstgrasveld kwam er zelfs een tweede kunstgrasveld. Kun je dus altijd
wedstrijden spelen. Het verleden wordt aan het heden doorgegeven. En het heden – mijn achterneef
in JO 09-1 – zal zich, met ondersteuning van zijn vader, bewust zijn van de ontstaansgeschiedenis van
zoiets fraais als het complex waar zij nu gebruik van maken. En, vanwege zelfredzaamheid van GDA-
ers, zich geconfronteerd zien met voor Haagse begrippen een bescheiden contributie. Volwassenen:
vertel dit aan je kinderen. Door Eigen Kracht Gemaakt. Vandaag werd ik geïnspireerd door het
afscheid van Herman van Bree, een “maker”. Onbewust is de overleden Herman van Bree er de
oorzaak van dat GDA een contributie kent die ik minimaal als “redelijk” beschouw. Hulde, Herman!
De “Oude Hap” heeft GDA groot gemaakt. De “Nieuwe Hap” geef ik een boodschap mee. Trainers,
leiders, aanvoerders, spelers, moeders, vaders, lezers van mijn columns:

JIJ BENT GDA, WIJ ZIJN GDA. WIJ VERBINDEN ONS TOT ELKAAR ALS CLUB... TOCH?

Theo van Daalhoff --- columnist GDA
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!