Winterstilte. Alles ligt stil. Geen voetbal. We trekken ons terug en vieren kerst en Nieuwjaar. Op de club regeert rust. In voorgaande jaren was deze rust, vanwege winterse taferelen, voorstelbaar. Maar nu, met de verwachting, dat de neerslag tempert, ben ik er niet zeker van of wij met ons team, in dit geval GDA A-3, toe zijn aan “rust”; aan “winterstop”. Winterstop is bedoeld voor “onbegaanbaarheid van de velden”. Winterstop is “De GDA schaatstocht”. Winterstop is nostalgie die te maken heeft met wat “winter” ons vroeger vermocht aan te doen. IJsbloemen op de ramen. Dat verschijnsel kent niemand meer. Met onze dubbele beglazing weten we niet meer hoe ijskristallen zich in hun veelsoortigheid manifesteerden op de ramen in de slaapkamer. Héél voorzichtig krabbelde je met de nagel van je pink een gaatje op het raam. Niet teveel, want je toonde ontzag voor het natuurfenomeen: ijs op de ramen van je slaapkamer. Om bij bescheidener temperaturen te constateren, dat de ijsbloemen in de namiddag verdwenen waren. En dan zat je op je kamer: je boog je over het proefwerk wiskunde of Duits….
Melancholie, dát is wat gebeurt als de winter zijn intrede doet. Iedereen trekt “naar binnen toe”. Thuis moet je het “maken” met familie en vrienden. En het steekt als je gewoon kunt voetballen, want dit jaar komt de winter misschien niet. Of misschien later?
Melancholie. Een schrijver kan niet bestaan zonder de beleving van melancholie.
Weimarstraat, juni. Theo, de schrijver, als klein “ventje”. Hij werd in bijzijn van vader Herman van Daalhoff en zijn onafscheidelijke “bloedbroeder”, Willem Peters, gehesen in het onvermijdelijke roodwit van GDA. Een kereltje, amper 10 jaar oud, stond vol trots voor de spiegel. Klaar om de trots van GDA voort te zetten. “Ome” Willem stond te lachen en vader Herman keek iets serieuzer. De verkoopster was een gracieuze, omvangrijke, dame. Ik schat in dat zij zo’n 120 kilo woog. Dan moest ik nog wel wat hamburgertjes achterover duwen om haar evenknie te worden, maar zo’n feest zou het niet worden. Wél trad ik toe tot GDA . Jawel, de “inauguratie”: ik maakte deel uit van het nobele gilde, dat het “lederen geval” ten gunste van GDA moest keren. Ik beloofde mij met plicht en trouw in te zetten voor het enige doel dat toen gold: GDA. Met ziel en zaligheid. Op de terugweg, achterop de fiets van vader Herman, hoorde ik, dat Ome Willem het – pratend over die dame van 120 kilo – had over ‘maar dan heb je wel twéé keer vrouw voor de prijs van één’.
Leider Piet van der Lans fungeerde als baken. Als voetbaldier en opvoeder. Waagde het niet iets te “flikken”, want dan had je een probleem. “Gezag” was letterlijk “gezag”. In die entourage fietste je vanaf GDA naar Blauw-Zwart of RKDEO. Het regende altijd. Maar je ging op de fiets. Als je griep had, belde je niet af. Je wilde áltijd spelen. Oók als de A-2 een speler tekort had, stond je klaar. En dan ging je door het vuur. En je was blij dat er een man was als Piet van der Lans. Die man bewonderde je. Je was 13 jaar oud en keek op tegen deze man van gezag.
Juni 2000. Fabian wordt straks 6 jaar. Staat voor de grote spiegel in de Weimarstraat. Gehuld in GDA-tenue. De dame van 120 kilo is voor deze gelegenheid vervangen door een prachtige jongedame, die zó in een modevakblad kan staan. Zij is zó lief voor mijn kleine zoon, dat de terugblik op mijn inwijding wel erg contrasterend is. Ik herinner mij de grote dame van 120 kilo en laat bevalligheid maar even schieten. Want ik word overmand door emoties.
Ik schiet vol, want ik zie mijzelf daar staan, in retrospectief. Fabian gaat de 3e generatie bij GDA vormen. en dat maakt hoe dan ook indruk. Héél mooi, deze overlevering van generaties. Ik ben er stil van. Het is mooi weer. Tóch zie ik achter die grote spiegel wat duisternis optreden. Ik sta daar, trots op mijn bijdrage aan de 3e generatie van GDA. Het wordt inderdaad wat donkerder, daar, achter die spiegel in de Weimarstraat. De contouren van Herman en Willem ontvouwen zich, zij het wat vaag.
Ik voel een klopje op mijn rechter- en linkerschouder. Een gebaar van aanmoediging?
En dan verdwijnt dat beeld, een beeld waar ik niet los van kan komen. Ik moet trainer worden en blijven. Dát is kennelijk de boodschap. Iedere keer als ik de poort van GDA passeer, denk ik daarom aan Herman en Willem. Het glanzende duo, dat misschien vol trots kijkt naar onze hedendaagse prestaties bij GDA, Het is winter. Melancholie maakt zich meester van mij. Willem en Herman zijn niet meer. Maar zij hebben wél iets teweeggebracht. Geïnspireerd door hen ben ik trainer van GDA-A3.
Een keer per week kijk ik in de spiegel van de sportzaak in de Weimarstraat. Vaag zie ik af en toe mijn voorbeelden, Herman en Willem. Vorige week stak Willem zelfs zijn duim omhoog; vader Herman stond rustig naar mij te kijken.
Theo van Daalhoff --- Columnist GDA